Hup, terug naar het aanrecht jij!

Een aanvullende geschiedenisles van Alies Pegtel, historicus en journalist, in de Volkskrant. In reactie op een eerder artikel waarin Renske Keizer, hoogleraar Vaderschap aan de Erasmus Universiteit, analyseert hoe de moederrol die vrouwen vervulden in de twintigste eeuw niet wijzigde, omdat Nederlandse vrouwen de mannentaken niet massaal hoefden over te nemen tijdens de oorlogen, wijst Pegtel ons op een blinde vlek in deze analyse. Vrouwen werden juist doelbewust terug naar het aanrecht gejaagd.

In 1945 liet een commissie van juristen die zich boog over de restauratie van de Nederlandse rechtsstaat, zich expliciet uit over de rol van de vrouw. Die behoorde thuis te liggen: ‘Wij beschouwen dan ook de taak van de vrouw als gezinsmoeder als haar voornaamste, als één die, met verantwoordelijkheid en liefde vervuld, het gehele volk tot zegen kan zijn.’

Met de leuze ‘gezinsherstel brengt volksherstel’ restaureerde de regering de gezins- en moederschapscultus die in de wederopbouwjaren een hoogtepunt zou bereiken.

De Volkskrant

Na het lezen van het hele artikel begrijp ik beter waarom er nog altijd zo’n hang is naar de vrouw als de thuismoeder in Nederland. Ik kan me ook helemaal vinden in de eindconclusie van Pegtel.

Om vaandeldragers van de diepgewortelde moederschapsideologie de wind uit zeilen te nemen, zou de overheid eindelijk het dogma moeten loslaten dat alleen ouders het beste voor hun kinderen kunnen zorgen. Na jarenlange vruchteloze pogingen mannen te stimuleren de zorgrol van vrouwen over te nemen, is het veel effectiever de kinder- en naschoolse opvang op te waarderen tot een gratis basisvoorziening met hooggekwalificeerde medewerkers, zoals die in de ons omringende landen allang bestaat.

De Volkskrant

Inmiddels kan ik oprecht zeggen dat de zorgtaken in mijn huishouden evenredig verdeeld zijn. Ik heb samen met Man een hele fijne opvang gevonden waar Dochter met veel plezier naar toe gaat en dingen leert en meemaakt die ze thuis niet kan meemaken. Drie dagen in de week inmiddels. Man en ik hebben elk één dag thuisspeeldag. Zo’n week gun ik elk kind, elke moeder en elke vader.