Over elmine

Making more impact on fewer people through storytelling.

Hoe lang mag dit nog?

Terwijl ik vrijdag door Hoog Catharijne liep viel mij deze winkel ineens op.

Een luxe winkel die je verleidt tot het nieuwe roken.

Het betrof een winkel van een merk e-sigaretten. Ik werd nieuwsgierig. In Nederlandse binnensteden zie je wel meer shops die zich op dit product toeleggen, maar die zien er meestal wat goedkoper uit aan de buitenkant. Gezien de andere merken die zich in Hoog Catharijne profileren zal de vierkante meterprijs niet gering zijn. Het kan bijna niet anders dan dat dit een winkel is uit de koker van een tabaksgigant, zo gingen mijn associaties op dat moment.

Ik maakte de foto als visueel geheugensteuntje om later meer informatie op te zoeken over deze winkel. Terwijl ik de foto maakte spreekt een man op leeftijd mij aan. Waarom ik een foto maakte, wilde hij weten. Ik vertelde hem over mijn verbazing dat een dergelijke winkel op zo’n dure winkellocatie geopend is en mijn vermoeden dat dit een manier is van de tabaksindustrie toch weer aan zichtbaarheid in de consumentenmarkt te winnen. En dat terwijl inmiddels duidelijk wordt dat vapen, het roken van een e-sigaret, niet zo onschadelijk is als wordt gepresenteerd (déjà vu). De man dankte mij voor mijn inzichten, liep verder en na het schieten van een redelijk plaatje liep ik ook verder naar mijn afspraak even verderop.

Dit weekend was ik de foto’s van vorige week aan het verwerken en zocht eens op wat voor merk dit was. Ik verwachte een lange zoektocht door KvK gegevens, maar al op de voorpagina van het merk is het duidelijk. Dit is een product van Philip Morris. Mijn vermoeden was dus juist. Alleen een tabaksfabrikant kan het zich veroorloven een winkel te openen op één van de duurdere locaties. Ik denk dat het ze geen moer kan schelen of er klanten op af komen. Dit is de manier waarop ze reclame kunnen maken. En dat verbaasde mij wel, ondanks alle strenge regelgeving rondom tabak. De e-sigaret is blijkbaar een vehicle voor tabaksproducenten om nieuwe zieltjes verslaafd te maken (déjà vu).

Vanochtend luisterde ik naar de radio en hoorde ik ineens iets over e-sigaretten. Er was een longarts aan het woord. Vandaag kwamen Nederlandse longartsen met een pleidooi voor het verbieden van e-sigaretten. Ze zien een stijging van het aantal e-rokers (ik verzin het woord niet zelf) dat met, soms zeer ernstige, klachten moet worden opgenomen in het ziekenhuis. Ook artsen hebben een déjà vu.

“We hebben hetzelfde gehad met de gewone sigaretten”, zegt de arts. “We denken dat we juist nu een waarschuwende vinger moeten opsteken en niet pas over twintig jaar als het kwaad al is geschied.”

Leon van den Toorn, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (bron)

De politiek reageerde vandaag meteen. Over het algemeen positief, maar een totaalverbod op e-sigaretten zit er op korte termijn niet. Europese regelgeving zit daarvoor in de weg. Er blijken overigens al wel beperkingen te bestaan rondom e-sigaretten:

Nu bestaat er in Nederland een leeftijdgrens van 18 jaar voor de verkoop, een reclameverbod en is de hoeveelheid nicotine beperkt. De regels worden nog uitgebreid met een uitstalverbod en neutrale verpakkingen.

NOS

Kortom, de e-sigaret staat in de politiek echt te boek als equivalent aan de sigaret, alleen zijn de wetten nog niet toegespitst op dit nieuwe product. Het is niet de eerste wet die achterhaald raakte door innovatie van de industrie. Maar wetten kun je aanpassen, ook al duurt dat soms langer dan je zou willen.

Binnenkort mag je een e-sigaret dus niet meer uitstallen. Ik ben benieuwd of de winkel van Philip Morris dan nog open mag blijven. Zelf hoop ik dat deze plek op zeer korte termijn gehuurd wordt door een bedrijf dat niet willens en wetens levensverkorting aan tieners promoot.

Door |2019-10-07T16:58:47+02:007 oktober 2019|flow|0 Reacties

Catching up

I caught up with (Bicycle) Mark today. We hadn’t talked to each other for a long time so we discussed life, podcasting and anything in between. It was intense and I now have the guts to pursue an idea that has been floating around for a while. More on that later. It’s still too tender to share.

I can share some of the pictures I took around Hoog Catharijne. It’s a new mall that replaced a mouse infested old one that people used to rush through going to and from Central Station. Now that it’s finished, it’s finally a place where people like to spend some time. Especially on a rainy day like today.

Entrance CS side
A lady started sketching
Lewis Book Café, where I met Mark (I recommend sitting in the basement)
A lady sang Adele’s Turning Tables. She was very good.
Door |2019-10-04T17:18:17+02:004 oktober 2019|deze dag, flow|2 Reacties

IndieWeb: it’s about first ownership

Last Saturday I briefly visited Indie Webcamp in Amsterdam. I was able to join a discussion on how to POSSE your photos to Flickr. I had no idea what that meant, as I’m not immersed in IndieWeb lingo, but it was clear to me that I could learn something, as a long term Flickr member.

The main question we started with was if it would be technically possible to publish your photos on your own domain and then automatically send them to Flickr. The discussion ended with the conclusion that it would be very difficult to emulate the beautiful interface Flickr comes with for presenting your photos, in albums and including all metadata. And no-one present knew how to POSSE your photos to Flickr.

One thing kept me thinking over the weekend though. When asked, nobody present at the table was having any objection to uploading photos to Flickr. There was an ironic laugh at that, because this was a group that was actively promoting individual ownership of ones online data.

But when I think of it, it’s not such a weird conclusion after all. The idea behind IndieWeb:

your content stays yours and in your control.

https://indieweb.org

Uploading your photos to Flickr, to share them with friends and family (and the general public) is mainly for its convenience: it is a better presentation of your photos and saves anyone from the burden of downloading many gigabytes of (unwanted) data. However, the photos you upload are a copy. While uploading them to a different server owned by Flickr, you still own them. You have them stored somewhere on a location you own and have exclusive access to.

When it comes to posting to Facebook or Twitter, you play a different game. You write and post it on their servers, therefore those companies own your data, not you. A photo (or video for that matter) is a special kind of data. Its file size creates limitations to its distribution, but no matter where it’s uploaded, it is always owned by its creator first. Status updates on any platform are owned by the company first and can only be copied to the creator. That is why I think it’s important to use IndieWeb: if you publish updates on your own site and then POSSE them to the big silos (where your friends still hang out), you own your updates first, just like you own your photos.

Door |2019-09-30T12:24:31+02:0030 september 2019|flow|4 Reacties

Visiting Indie Webcamp

Daughter and I visited Indie Webcamp in Amsterdam this Saturday. The Man is a co-organizer and I was curious about the discussions and the people attending. It was only a couple of hours, but I’m glad I went. Daughter loved being able to play with the enormous amount of Lego available in Codam (and all the ‘filmpjes’ she was allowed to watch and all the ‘stroopwafels’ she was allowed to eat and jumping in the pools on our way back to the train).

{CAPTION}

Door |2019-09-30T11:02:57+02:0030 september 2019|deze dag|0 Reacties

Ik speel jazz

Vandaag, terwijl ik naar een (te lange) podcast luisterde van twee jonge feministen die in gesprek waren met Paulien Cornelissen over shit waar vrouwen van deze tijd mee moeten dealen, kreeg ik een totaal ongerelateerde ingeving.

Mijn werk doe ik als een Jazzspeler.

Ik staarde naar Miles terwijl ik luisterde naar een podcast.

Het voelt nu, een paar uur na de ingeving nog steeds als een openbaring. Hoe dat is na een nacht slapen kan ik niet voorspellen, maar ik wil het toch even vastleggen voor mezelf want de ingeving geeft antwoord op een vraag die ik mezelf al heel lang stel: wat ben ik nou eigenlijk aan het doen?

Laat me uitleggen waarom die vraag me, zelfs na vijftien jaar zelfstandig werken, nog altijd bezighoudt. In al die vijftien jaar heb ik hele verschillende dingen gedaan. Van het begeleiden van bloggers tot het maken van een documentaire, van zelf kleine websites bouwen tot projectleider zijn bij het vormgeven van een groot community platform, van verhalen schrijven tot promofilms maken. Als mensen mij vragen wat ik doe (meestal bedoelen mensen dan: waar ik m’n geld mee verdien) dan weet ik nooit zo goed wat ik moet antwoorden. Een aantal variaties heb ik in m’n achterzak waar ik meestal uit kies. Afhankelijk van de context zich ik:

  • Ik ben communicatiefilosoof.
  • Ik ben communicatieadviseur.
  • Ik maak verhalen zichtbaar.

Elk van die omschrijvingen doet voor mijn gevoel geen recht aan wat ik daadwerkelijk doe. Ik ben opgeleid tot communicatiefilosoof, maar ik stel geen ethische vragen aan de mensen die ik interview voor een promofilm. Ik geef mensen communicatieadvies, maar meestal ingebed in de context van een opdracht die helemaal niet over communicatie gaat. Ik maak verhalen zichtbaar, maar ik bewerk ook logo’s als het nodig is.

Iedereen zal worstelen met het beantwoorden van de vraag wat je doet. Geen enkele zin kan vangen wat de diversiteit is van je werk. Toch heb ik het gevoel dat potentiële klanten bij mij extra moeite hebben vat op mij te krijgen. Wat kan ze nou echt? Waarom zou ik haar moeten inhuren?

Dat is waarom de vergelijking met een Jazzspeler resoneert bij mij. Een jazzmuzikant kent het instrument door en door en kan daardoor improviseren in het moment, maar altijd binnen de keiharde grenzen van ritme en toonsoort.

Ineens zag ik dat ik dat ook doe met m’n werk. Met alle kennis en ervaring die ik heb improviseer ik m’n werk, binnen de grenzen die de klant stelt. En die grenzen zijn vaak heel verschillend, waardoor improvisatie de enige constante in mijn werk is.

Of het met dit inzicht makkelijker wordt om aan potentiële klanten uit te leggen wat ik doe betwijfel ik, maar ik heb voor nu even een beter gevoel over mijn werk van de afgelopen jaren, waar nauwelijks een rode draad te vinden is. Maar de volgende keer als iemand mij vraagt wat ik doe voor de kost, zeg ik dat ik communicatiejazzspeler ben. Dat is vast een goede gespreksopener.

Door |2019-09-27T15:22:35+02:0027 september 2019|flow|0 Reacties
Laad meer berichten