Home2019-06-14T13:18:46+02:00

IndieWeb: it’s about first ownership

Last Saturday I briefly visited Indie Webcamp in Amsterdam. I was able to join a discussion on how to POSSE your photos to Flickr. I had no idea what that meant, as I’m not immersed in IndieWeb lingo, but it was clear to me that I could learn something, as a long term Flickr member.

The main question we started with was if it would be technically possible to publish your photos on your own domain and then automatically send them to Flickr. The discussion ended with the conclusion that it would be very difficult to emulate the beautiful interface Flickr comes with for presenting your photos, in albums and including all metadata. And no-one present knew how to POSSE your photos to Flickr.

One thing kept me thinking over the weekend though. When asked, nobody present at the table was having any objection to uploading photos to Flickr. There was an ironic laugh at that, because this was a group that was actively promoting individual ownership of ones online data.

But when I think of it, it’s not such a weird conclusion after all. The idea behind IndieWeb:

your content stays yours and in your control.

https://indieweb.org

Uploading your photos to Flickr, to share them with friends and family (and the general public) is mainly for its convenience: it is a better presentation of your photos and saves anyone from the burden of downloading many gigabytes of (unwanted) data. However, the photos you upload are a copy. While uploading them to a different server owned by Flickr, you still own them. You have them stored somewhere on a location you own and have exclusive access to.

When it comes to posting to Facebook or Twitter, you play a different game. You write and post it on their servers, therefore those companies own your data, not you. A photo (or video for that matter) is a special kind of data. Its file size creates limitations to its distribution, but no matter where it’s uploaded, it is always owned by its creator first. Status updates on any platform are owned by the company first and can only be copied to the creator. That is why I think it’s important to use IndieWeb: if you publish updates on your own site and then POSSE them to the big silos (where your friends still hang out), you own your updates first, just like you own your photos.

Tags: , , , , |

Ik speel jazz

Vandaag, terwijl ik naar een (te lange) podcast luisterde van twee jonge feministen die in gesprek waren met Paulien Cornelissen over shit waar vrouwen van deze tijd mee moeten dealen, kreeg ik een totaal ongerelateerde ingeving.

Mijn werk doe ik als een Jazzspeler.

Ik staarde naar Miles terwijl ik luisterde naar een podcast.

Het voelt nu, een paar uur na de ingeving nog steeds als een openbaring. Hoe dat is na een nacht slapen kan ik niet voorspellen, maar ik wil het toch even vastleggen voor mezelf want de ingeving geeft antwoord op een vraag die ik mezelf al heel lang stel: wat ben ik nou eigenlijk aan het doen?

Laat me uitleggen waarom die vraag me, zelfs na vijftien jaar zelfstandig werken, nog altijd bezighoudt. In al die vijftien jaar heb ik hele verschillende dingen gedaan. Van het begeleiden van bloggers tot het maken van een documentaire, van zelf kleine websites bouwen tot projectleider zijn bij het vormgeven van een groot community platform, van verhalen schrijven tot promofilms maken. Als mensen mij vragen wat ik doe (meestal bedoelen mensen dan: waar ik m’n geld mee verdien) dan weet ik nooit zo goed wat ik moet antwoorden. Een aantal variaties heb ik in m’n achterzak waar ik meestal uit kies. Afhankelijk van de context zich ik:

  • Ik ben communicatiefilosoof.
  • Ik ben communicatieadviseur.
  • Ik maak verhalen zichtbaar.

Elk van die omschrijvingen doet voor mijn gevoel geen recht aan wat ik daadwerkelijk doe. Ik ben opgeleid tot communicatiefilosoof, maar ik stel geen ethische vragen aan de mensen die ik interview voor een promofilm. Ik geef mensen communicatieadvies, maar meestal ingebed in de context van een opdracht die helemaal niet over communicatie gaat. Ik maak verhalen zichtbaar, maar ik bewerk ook logo’s als het nodig is.

Iedereen zal worstelen met het beantwoorden van de vraag wat je doet. Geen enkele zin kan vangen wat de diversiteit is van je werk. Toch heb ik het gevoel dat potentiële klanten bij mij extra moeite hebben vat op mij te krijgen. Wat kan ze nou echt? Waarom zou ik haar moeten inhuren?

Dat is waarom de vergelijking met een Jazzspeler resoneert bij mij. Een jazzmuzikant kent het instrument door en door en kan daardoor improviseren in het moment, maar altijd binnen de keiharde grenzen van ritme en toonsoort.

Ineens zag ik dat ik dat ook doe met m’n werk. Met alle kennis en ervaring die ik heb improviseer ik m’n werk, binnen de grenzen die de klant stelt. En die grenzen zijn vaak heel verschillend, waardoor improvisatie de enige constante in mijn werk is.

Of het met dit inzicht makkelijker wordt om aan potentiële klanten uit te leggen wat ik doe betwijfel ik, maar ik heb voor nu even een beter gevoel over mijn werk van de afgelopen jaren, waar nauwelijks een rode draad te vinden is. Maar de volgende keer als iemand mij vraagt wat ik doe voor de kost, zeg ik dat ik communicatiejazzspeler ben. Dat is vast een goede gespreksopener.

Tags: , , |

Having a bloggy day

Not that bloggy is an existing word (autocorrect wants to make my day a ‘bloody’ one, which is surely not the case (and I’m striving to keep it that way)), but that’s how it feels. Perhaps a definition is in place:

a bloggy day: a day during which one is thinking and working through writing; one formulates either new ideas, refers to other people’s ideas, documents life and/or connects to others through posting online on what’s commonly called a blog.

Does that make sense?

Jean Golding: a name to remember

Jean Golding is one of those scientists who’s name we should remember for a very long time. She started the ALSPAC study:

Golding’s idea for Alspac was considered “crazy … impossible”, she admits, when she first proposed following every pregnancy in the Bristol area with a due date between April 1991 and December 1992, and then studying the parents and children as they grew.

from The Guardian

She was told to focus on one topic only, but she wanted to do this study differently:

The whole point was to collect as much information as possible – including data they didn’t yet have a use for – maximising the ability to make unexpected connections.

A crucial decision she made:

She wanted it to be open access too, and Alspac now has more than 800 registered users in dozens of countries. 

And according to the article in The Guardian the 2000th paper based on the data from ALSPAC was published. Her decision to open up the data made that possible.

Jean Golding, a scientific hero!

Op zoek naar Europese verhalen

Elja schreef gisteren over de podcast This American Life. Ik luister deze podcast ook regelmatig als ik een eind ga fietsen of wandelen. Ik ben ook fan van Chris Gethard’s Beautiful/Anonymous. Hoe fantastisch ik de verhalen die in deze podcasts gedeeld ook vind, het zijn wel allemaal verhalen ingebed in de context van de VS. Leuk als antropologisch onderzoek, maar de verhalen uit de VS zijn al zo dominant in Nederland. Ik zou veel liever een podcast luisteren met de titel This European Life. Dat is de context waarin ik zelf woon, maar persoonlijke verhalen uit Polen of Portugal hoor ik nooit. Kortom, ik ben op zoek naar goede podcasts van Europese bodem. Ken jij iets?

Praat je Nederlands met me?

Deze column (No Dutsj? Waai not?) in de Volkskrant doet me nog even terugdenken aan afgelopen vrijdag. Samen met Man en Dochter lunchte ik op Amsterdam Centraal (een hamburger bij Burgerij). Man en ik merkten allebei op dat het personeel Nederlands sprak. Het is een zeldzaamheid geworden. Best gek eigenlijk, als je er over nadenkt.