That day it snowed. A lot.

Today it is fifteen years ago that I had to explain to my father, who was working in the garden without a coat on, that we were about to be snowed in. He was skeptical. Not a cloud in the sky up north. By the end of the day a monster traffic jam on the A1 required handing out of blankets, drinks and food. Some people spent the night in their cars.

November 25th 2005 was the day the Man and I had an appointment with an estate agent to visit a house for sale. We didn’t like that one, but a few doors down, another one was just on the market. We took a look at it and it seemed like a perfect fit for us. Within the half hour we spent in that street, our car got covered in a thick layer of snow. We barely made the short ride back home.

Later that day, I could prove to my dad it wasn’t just a little bit of snow.

The long term consequences were still visible years afterwards. A group of young trees close to our new home in Enschede collapsed due to the weight of the snow. The land owner left them untouched. Whenever I walked past those trees I remembered that day, the day we found our lovely home in Enschede.

(bonus links: Tubantia, RTV Oost)

P.S.: I acknowledge the fact that in other parts of the world a snow storm is a yearly recurring phenomenon. As it is so rare in The Netherlands, we lack a proper infrastructure to deal with large quantities of snow.

Door |2020-11-25T17:22:57+02:0025 november 2020|flow|0 Reacties

Heb ik heimwee?

Het avondeten is op en de Man brengt Dochter naar bed. Het is mijn beurt om de keuken schoon te maken. De afgelopen weken zet ik daarbij regelmatig wat muziek bij aan. Mijn stemming van het moment bepaalt wat ik uiteindelijk aanzet. Ik laat me graag inspireren door de suggesties van Spotify als ik geen benul heb welke muziek past. Dan blader ik door de afspeellijsten. Deze avond ook. Ik scrol voor de verandering ook eens door de ‘This is [Artist]’ lijst. Opvallend veel Nederlandse artiesten. Onder andere Ilse de Lange. Dat is nou niet bepaald een artiest die ik spontaan aanzet, dus verrassend dat deze al als zesde afspeellijst wordt gesuggereerd. Nog verrassender, ik klik door en start met afspelen. Blijkbaar is haar muziek wat ik nodig heb nu. Misschien weet Spotify meer over mij dan ik zelf. Misschien heb ik heimwee naar Twente, en brengen haar liedjes me even terug naar die stad in het Oosten waar ik zo lang woonde. De stad waar De Lange optrad bij het eindshow van Serious Request bijvoorbeeld. Dat was nog eens een stadsfeestje, schouder aan schouder. Afijn, terwijl Ilse zingt boen ik de keuken schoon. En als dat klaar is, zet ik snel wat anders aan. Heimwee heb ik niet. Warme herinneringen wel.

Door |2020-07-30T19:39:57+02:0030 juli 2020|flow|0 Reacties

Twintig jaar geleden, nooit vergeten.

‘Hee, vuurwerk daar. Zie je dat?’ Ik wijs Ton vanuit onze woonkamer op de vuurpijlen die in de verte te zien, richting de binnenstad. Ton en ik wonen op dat moment in Twekkelerveld, in een bovenwoning met dunne muren. ’s Ochtends om zes uur worden we vaak gewekt door de wekker van de buurjongen die in de kamer onder ons slaapt. Hij vertrekt een half uur later altijd trouw op z’n brommertje naar z’n werk. Zijn ouders zijn ongeschikt voor werk, zitten in de bijstand. We zijn allang tevreden dat de volgende generatie het beter voor elkaar lijkt te hebben en accepteren dat onze nachten soms wat vroeg eindigen. Desondanks is het een fijne woning met veel licht dankzij een enorm raam in de woonkamer en genoeg ruimte. Het is zelfs zo groot dat we allebei onze eigen werkkamer hebben. Niet slecht voor een stel dat nog maar een jaar samen is en sinds een half jaar samen woont.

‘Moeten we Danny niet even bellen?’, zeg ik tegen Ton. Danny is een vriend van ons die we kennen van de studentenvereniging waar we alledrie lid van zijn. Hij werkt als freelance verslaggever voor de lokale radio. Als er iets gebeurt in de stad, dan bel je Danny. Ton belt. ‘Hee Danny, er is een fikkie in de stad. We zien het zelfs vanuit ons huis, dus het moet wel groot zijn. Er gingen wat vuurpijlen omhoog.’ Ton legt uit wat we zien vanuit onze woonkamer. Wij hebben natuurlijk ook geen flauw idee waar de brand precies is. ‘Het is richting de binnenstad, maar wel aan de noordkant. Ik denk dat als je de singel pakt je vanzelf wel ziet waar het is.’ Dat is ongeveer de strekking van wat Ton aan Danny vertelt aan de telefoon. Hij hangt op en vertelt me dat Martijn, de beste vriend van Danny, ook al had gebeld. Het telefoontje was in mijn herinnering iets na drieën.

Uit nieuwsgierigheid zetten we Radio Oost aan. Zou Danny al te horen zijn? Ik ga door met wat ik aan het doen ben. Ton ook. Af en toe werp ik een blik richting de rook. Er is nog steeds een witte rookpluim te zien. Dan hoor ik Danny op de radio. ‘Ton, kom. Danny op de radio.’ We luisteren naar zijn verslag. Hij heeft de plek gevonden en vertelt wat hij ziet. Hij staat ergens in Roombeek. Ik krijg een tevreden gevoel, hebben we Danny toch maar mooi op het juiste spoor gezet.

Het is een beetje een rommeldag vandaag. Ton was gister jarig en we hebben met vier vrienden thuis gegeten. Ton houdt van koken en heeft gister z’n best gedaan om een lekker diner voor onze vrienden in elkaar te zetten. Het was gezellig en we zijn best een beetje brak vandaag. Morgen komen onze beider ouders. Het is dan ook moederdag, maar we hebben ze vooral uitgenodigd om Ton’s verjaardag te vieren. Het wordt de eerste keer dat onze ouders elkaar ontmoeten. Best spannend. Het huis moet natuurlijk wel opgeruimd en schoon. Daar zijn we dan ook mee bezig deze middag. Ton staat de afwasmachine te vullen in de keuken, ik ben in de woonkamer aan het opruimen.

Dan volgt een enorme dreun. En een nog veel grotere dreun. Ik sta midden in de woonkamer en ik zie het glas van het raam centimers heen en weer klapperen. Alles trilt. De vloer, mijn voeten, mijn benen, mijn buik, mijn armen, mijn hoofd. Ik ken het gevoel van aardschokken van mijn ouderlijk huis. Dat staat in zuid-oost Groningen. Kleine aardschokjes veroorzaakt door de gaswinning heb ik wel eens gevoeld. Alles trilt heel even en dat was het dan wel. Alsof er een veel te zware vrachtwagen je huis passeert. Dat is dit niet. Dit voelt alsof je je evenwicht kan verliezen. Ik ben vooral verbaasd dat het raam er nog in zit. Dat het niet gebroken is. Ton komt uit de keuken. ‘Wat was dat?’ Ik vertel dat het raam stond te dansen in het kozijn. Dan zien we ook dat de witte rookpluim is veranderd in een kolom van zwarte rook die recht omhoog gaat. ‘Oh, wat erg.’ Dat soort woorden zeg ik. Ik weet het niet meer precies. En dan. ‘Danny! Danny staat daar! Dit kan hij niet overleefd hebben. Zo hard!’ Er springen tranen in m’n ogen. Dan wordt mijn lijf van top tot teen onrustig, gespannen. Ik staar naar de rook. Wat nu?

Ik pak de telefoon. ‘Mam, wat je straks ook hoort op het nieuws, wij zijn OK.’ Mijn moeder is verbaasd dat ik bel. Snapt natuurlijk niets van mijn woorden. Ik herhaal nog maar een keer dat er iets heel ergs is gebeurd en dat het vast snel op het nieuws is, maar dat wij er ver vanaf waren en er met ons niets aan de hand is. Ton doet hetzelfde met zijn ouders. Mijn broer woont in de binnenstad. We spreken hem even kort. Hij is veilig. Logisch, want de binnenstad ligt ver van Roombeek af. Niet veel later wordt het onmogelijk om te bellen. De vaste lijn ligt eruit en ook mobiel telefoonverkeer is onmogelijk.

Maar Danny dan?

Op enig moment zeg ik tegen Ton dat ik naar buiten wil. Kijken of we iets kunnen doen. We stappen de deur uit. Er dwarrelen verkoolde en gloeiende papiersnippers naar beneden. Nogmaals een bevestiging hoe erg het is. Als zelfs hier as naar beneden dwarrelt! Achteraf weet ik dat onze woning hemelsbreed twee kilometer verwijderd is van de plek van de explosie. Ik krijg een naar gevoel van de as. Op dat moment krijg ik het visioen dat de as van verkoolde mensen op me neervalt. Het kan niet anders dan dat er heel veel mensen dood zijn. Ton stelt me gerust. Het zijn alleen maar papiersnippers. We lopen vanuit onze straat, de Van Limborchstraat, richting de Hengelose straat. Bij het schoolgebouw daar zien we voor het eerst glas op de straat liggen. Onvoorstelbaar. Zo ver van de explosie nog kapotte ramen. We lopen langs de Hengelose straat richting het zuiden, richting de stad. Waarom weten we niet. De zwarte rookkolom trekt ons naar zich toe. Op de een of andere manier heb ik de behoefte om te zien wat er echt aan de hand is. En ik weet ook dat ik er helemaal niet naar toe moet gaan. Het is niet veilig daar. Toch lopen we nog een stuk verder.

We zien mensen richting het noorden lopen, richting de campus. Iemand onder het stof. Iemand met een kar met spullen, inclusief een dierenkooi. We moeten echt die kant niet op. We moeten weer naar huis. Ondertussen horen we alleen maar sirenes. De ene na de andere politieauto, brandweerauto, ambulance rijdt richting de singel. Ter hoogte van Roessinghsbleekweg stoppen we. De breedte van de rookkolom is gigantisch vanaf hier. We keren om. De hele tijd heb ik in m’n achterhoofd die ene vraag: Leeft Danny nog?

Hadden we iets langer naar Radio Oost geluisterd, dan hadden we Danny kunnen horen schreeuwen door de telefoon. ‘Bert, het is een drama’, gevolgd door een relaas wat hij allemaal om zich heen ziet. De ingestorte huizen, mensen die gewond zijn, kapotte ramen, kapotte auto’s. ‘Niet hier naartoe komen! Iedereen wegblijven, het is levensgevaarlijk!’. Maar dat hebben wij dus niet gehoord, een aantal minuten na de explosies. Pas aan het begin van de avond, tijdens de uitzending van zes uur, zien wij Danny zitten in de studio van Oost. Hij is ongedeerd. Hij heeft niets. Er valt een hele zware last van mijn schouders. De tranen rollen over mijn wangen.

In de dagen die volgen wordt in Enschede beetje bij beetje de puzzel bij elkaar gelegd wat er gebeurd is. Hoeveel slachtoffers er zijn. Hoe groot de materiële schade is. Midden in Enschede ligt een diep zwart gat. Er wordt al heel snel een groot hek om Roombeek geplaatst en militairen en agenten waken ervoor dat er niemand ongeoorloofd het gebied in gaat.

Onze ouders waren er op zondag. Eigenlijk was het onmogelijk, want de hele stad was afgesloten voor verkeer van buitenaf. Het laatste wat Enschede kon gebruiken was een stroom van ramptoerisme. De ouders van Ton hebben bij familie in Twekkelo de auto geparkeerd en zijn toen naar ons huis gefietst. Mijn ouders hebben ook een weg door de omheining gevonden, maar hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen staat me niet meer bij. Het werd geen verjaardagsfeest, het was vooral een middag waarin vier ouders hun kinderen even vasthielden om zich te verzekeren dat ze veilig waren.

Uiteindelijk bleek mijn broer helemaal niet zo veilig als ik dacht. Hij stond op het moment van de explosie bij De Slechte naar boeken te kijken en zag de volledige winkelpui op zich afkomen. In paniek is hij het dak van de stationsgarage op gerend. Op het nieuwe muziekcentrum zijn zware brokstukken gevallen, tweehonderd meter van zijn studenthuis, tweehonderd meter van De Slechte.

Zondagavond eet ik met mijn ouders en Ton bij ons favoriete restaurant in de Van Lochemstraat. Is mijn broer er ook bij? Ik weet het niet, maar dat klint wel logisch. Het is nog steeds prachtig weer en we zitten buiten op het terras verhalen uit te wisselen met de eigenaar die we goed kennen. Er loopt een oud-huisgenoot van mij langs. Ik roep zijn naam en het duurt even voor hij doorheeft dat iemand hem roept. Ik zie verdwaasheid in zijn ogen. Hij loopt op z’n slippers en hij vertelt wazig over spullen kwijt zijn en niet naar huis kunnen. Ik weet niet waar hij op dat moment woont, maar heel veel studenten woonden in Roombeek. Via, via hebben we al veel verhalen gehoord van anderen die niets meer hebben. Dan loopt hij weer verder.

Danny heb ik dan nog niet gezien. Hij zit ondergedoken. De pers wil van alles van hem. Ton heeft regelmatig contact met Martijn, dus we weten dat het gelukkig goed met hem gaat. Een paar dagen later zitten we in De Beiaard, onder de Pakkerij, een biertje te drinken met wat vrienden. Iedereen moet even zijn verhaal kwijt. Dan komen Danny en Martijn heel even binnen. Danny met een pet op om niet meteen herkend te worden. Ik spring van m’n barkruk en geef hem een gigantisch lange knuffel.

De vuurwerkramp heeft van mij een Enschedeër gemaakt. Dertien mei tweeduizend woont in mijn lijf. De intense fysieke reacties van toen hebben paden in mijn hersens gebaand die ik vooral altijd meedraag. Dat werd me vooral duidelijk tijdens de zomervakantie in juli die Ton en ik doorbrachten op een camping in Zwitserland. Wegwerkzaamheden in dat land gaan vaak gepaard met het gebuik van dynamiet, om een rechte weg te kunnen maken op een scheve berghelling. Bij elke knal schoot adrenaline door mijn lijf. Ruim een jaar later stonden we in Manhatten op afstand te kijken naar de puinhopen van de Twin Towers en zagen we de eindloze stroom van vrachtauto’s met puin heen en weer rijden en roken we wat we een jaar eerder roken.

Daar in New York, twee weken na de aanslagen, werd ons ook duidelijk hoe universeel de menselijke verwerkingsstrategie is. In Enschede werd er in de dagen en weken na de ramp eindeloos gespeculeerd over het aantal doden. Het moesten er wel veel meer zijn dan de autoriteiten ons vertellen, want er stonden veel meer lijkwagens. Er moest wel iets anders dan vuurwerk opgeslagen liggen, want vuurwerk kan zó’n grote explosie nooit veroorzaken. In New York hoorden we in de resaturant exact dezelfde speculaties. Er moesten wel meer doden zijn, want er waren veel meer ‘body bags’ besteld. Die torens zijn zo sterk, die kúnnen niet zomaar instorten door alleen maar een vliegtuig.

In de gesprekken met vrienden en bekenden in de weken na de ramp merkte ik een duidelijke scheiding tussen de mensen die in de stad waren tijdens de ramp en die mensen die er niet waren. Er is een groot verschil tussen de explosie gevoeld hebben en anderen horen vertellen over hoe intens de explosie was. Er is ook een groot verschil tussen het tijdsverloop ervaren of het achteraf te horen. Als je er middenin zit, dan weet je het tijdsverloop van de ramp. Eerst is er een brandje, dan zwelt dat brandje aan, dan is er een explosie, dan een nog grotere explosie, dan ontstaat er een gigantische vuurzee. Roombeek werd niet weggevaagd in de ene minuut. Roombeek werd weggevaagd door een vuurzee die zich verspreidde na die minuut. Veel mensen waren al op grote afstand gerend ten tijde van de grootste explosie. Vervolgens hebben sommige hun huis en hun wijk verlaten voordat de vuurzee hun huis, hun straat, hun wijk in as heeft gelegd. Het tijdsverloop ervaren is iets anders dan iemand er over horen vertellen. Ook in New York zat er geruime tijd tussen het moment dat de vliegtuigen crashten en het moment de torens instortten. Daardoor hebben heel veel mensen zich al in veiligheid kunnen brengen.

Twintig jaar was Enschede mijn woonplaats. De meeste jaren daarvan stond Enschede in het teken van de vuurwerkramp. De schutting langs de singel waar ik jarenlang langs reed. Het werk om alle puin achter die schutting op te ruimen. De kale vlakte die na het weghalen van de schutting zich openbaarde. De vlakte die huis voor huis, straat voor straat opnieuw werd gevuld. De zoektocht naar de schuldigen. En de herdenkingen met klokgelui om half vier.

Vandaag kan ik de klokken niet horen luiden, maar ik heb klokgelui niet nodig om dit moment, twintig jaar geleden, nooit te vergeten.

Lees meer:

Danny schreef een paar maanden na de ramp al zijn herinneringen op. Dat wist ik. En ik wist ook dat hij het aan niemand liet lezen. Eerder deze maand heeft hij er toch een boek van gemaakt. Ik heb het inmiddels gelezen en zijn herinneringen brachten mij ook weer terug naar toen. Zijn boek is de aanleiding om dit stuk te schrijven. Koop en lees het boek.

RTV Oost interviewde Danny.

RTV Oost verzamelde veel meer verhalen.

De Tubantia schreef er uiteraard ook veel over.

Er zijn nieuwe foto’s gepubliceerd, gemaakt door één van de vrijwillige brandweermannen. Bij het zien van deze beelden besef ik me weer hoe erg het echt was.

Tot slot

Ton heeft Danny plechtig beloofd alleen nog maar voor kinderfeestjes te bellen. Tot nu toe heeft hij zich aan zijn belofte gehouden.

Door |2020-05-15T10:31:26+02:0013 mei 2020|flow|3 Reacties
Go to Top