Switching to online interviews

Three weeks ago I had an interview scheduled with someone for my podcast. As the number of covid-19 infections were rising, and I was struggling with one cold after another, we postponed the interview to Friday 6th of November. We figured that in three weeks time for sure things would be better in terms of infectious people after three weeks of restrictive measurements like closing restaurants. Not really. Earlier this week, the number of infected people did go down, but only just. Therefore I decided to let go of one of my principles: visit my guests at home, and interview them in a space they feel comfortable. Perhaps it results in a less intimate interview, but as I set out to do ten interviews this year, published only four, and for the coming six months the dance around the virus will continue, I decided not to postpone the interview and do it online instead.

The thing is, I hate listening to podcast interviews where the interviewer sounds crisp and clear like you get from recording in a soundproofed room and the guest is on a crappy headset sounding very distant and devoid of any low-frequency tones in their voice. If that’s all you can get, because it’s a long distance call than that’s fine. However, most of the (future) guests on my show live within 100km range. That means it’s possible to send people a microphone to attach to their computer to up the sound quality drastically. Therefore I did some research on what my options were with the gear that I already own and what software to use.

In April this scenario already crossed my mind and when I discovered Zoom can record meetings with an output of two separate audio files for both ends, I was immediately sold and subscribed. Having two separate files gives a lot of flexibility while editing. On top of that, I discovered that since September it is even possible to extract higher quality files, using the untouched audio input from ones device (read: microphone) instead of the Zoom treated audio (which tries to filter out unwanted sounds like fans, room echo, etc.). Using this functionality, the audio files are about 128kbps instead of 28kbps. But that requires a proper microphone. Otherwise you still get crappy audio from a crappy built in microphone or headset.

For the face-to-face interviews I use two lavelier mics (those tiny ones you pin on your shirt). Via Røde’s nifty adapter and app I can record with two mics in very high quality audio on my iPhone (unless you pay too little attention when a guest accidentally touches the chord a lot while gesturing; lesson learned there). As long as my guest uses a Mac I could send one of those lav mics via mail, but then they would also need a wireless headset (like airpods) for audio monitoring (listening to my voice). You can’t pin both a lav mic and a headphone in one mini-jack input that comes with a Mac. Without the headset my voice would be recorded on the lav mic of my guest as well. That reduces flexibility while editing. The best output is an audio file of my guest containing nothing else than their voice. Today’s guest did own a Mac, but not a wireless headset, so using a lav mic was off the table. I couldn’t send my guest the good quality condenser mic I use for voice-overs as it comes with a lot of cable, an XLR to USB converter and needs a microphone stand. Instead I used that for myself and decided to invest in a simple to use yet good quality microphone that connects via USB. Works on both MacOS and Windows. I ordered it online on Wednesday and opted for same day delivery to my guests house to make sure it would be there in time for our interview, which was scheduled for Friday, today.

As my own office space is a bit bare of sound dampening materials, I put the rug from Daughter’s room under my chair and used my background stands and two fleece blankets to create an intimate tent. Worked like magic. Unless I decide to join the weird trend of publishing podcasts in video form on Youtube as well. In that case I need a prettier background.

So this is the setting I did the interview in. My guest today was in her own study, so at least still in her private space. She connected the microphone without any issue and we both used our iPhones to record a back-up audio file. I guided her through the proper audio settings in Zoom and that was all there was to it for setting the interview up technically.

We didn’t have to wash our hands or worry about the slight chance of infecting each other with covid-19 (or any other more well-known corona virus). Technically it went flawless. Compliments to Zoom for continuing to provide very stable video calls. After finishing the call the audio files were neatly converted to and stored on my computer (and synced to my Nextcloud). A quick review of the files showed me that it was more than good enough. All my guest needs to do now is send the mic back and all I need to do now is start editing.

I guess doing the interviews online could even speed up the podcasting process, as it is much easier to schedule two hours somewhere during the day (nights even) than it is to plan for a visit which easily takes four hours. The only extra burden is sending the mic back and forth. The biggest downside of course is less private chatter before and after. Nothing beats sharing a tea or a coffee together. For now, this is the best I can get. More than good enough.

Door |2020-11-06T19:44:40+02:006 november 2020|flow|1 Reactie

Lokke Moerel over online privacy

Vandaag viel mijn oog op een interview in de Volkskrant met Lokke Moerel van vorig december. Heerlijk hoe zij van leer trekt over de cookiemuur van de Volkskrant zelf.

‘Jullie schrijven geregeld kritisch over grote techbedrijven die onze privacy te grabbel gooien. Terecht. Maar dan nu de site van de Volkskrant, die heeft een cookiemuur, waardoor ik alleen op de site kan als ik alle cookies accepteer. De krant plaatst vervolgens tientallen cookies die informatie, zoals welke artikelen ik lees, doorsluist naar externe advertentiebedrijven, waaronder die van Google en Facebook. Na eerdere kritiek hebben jullie nu een cookieverklaring, onderaan verstopt, met een link waar een betalende abonnee de digitale versie van de papieren krant kan lezen, zonder dat tracking cookies worden geplaatst. Zelfs de abonnee die deze optie vindt, moet dus nog steeds naar de website voor het laatste nieuws, en heeft daar geen optie de tracking cookies uit te zetten. Het is in strijd met de wet, maar ik vind het vooral Volkskrant onwaardig. Wél kritisch schrijven over Cambridge Analytica en Facebook, maar ondertussen zelf alle informatie van bezoekers van jullie site klakkeloos doorgeven.’

Lokke Moerel over de cookiemuur van de Volkskrant, ín de Volkskrant.

De rest van het artikel is ook zeer de moeite waar om te volgen. In het kader van sterke vrouwen, hier is er weer één.

Door |2020-02-03T13:15:46+02:003 februari 2020|flow, vrouw|0 Reacties

Leer weer langzaam denken

Afgelopen dinsdag tijdens Brave New World, stond Margriet Sitskoorn op het podium. Sitskoorn is hoogleraar klinische neuropsychologie en heeft onlangs een nieuw boek gelanceerd, Hersenhack: update je brein. Ze eindigde haar optreden met een boodschap aan iedereen:

leer weer langzaam te denken.

Margriet Sitskoorn tijdens Brave New World

Ze zei dit in de context van het gemiddelde telefoongebruik. Mensen schijnen de telefoon honderden keren per dag op te pakken. Andere mensen dan ik. Deze week zit ik op een gemiddelde van 50 keer per dag en dat is hoog voor mijn doen. Dit gedrag van constant een telefoon oppakken leidt volgens Sitskoorn tot een constante onderbreking van ons denken en dat heeft gevolgen.

We kunnen er natuurlijk wel wat aan doen. Wat me enigszins verraste was dat ze wees op dingen als zet je notificaties uit, lees je e-mail alleen aan het begin en het eind van de dag, niet tussendoor. Ik dacht dat we al tien jaar verder waren in onze omgang met digitale communicatie, maar blijkbaar nog niet.

Na het luisteren naar Sitskoorn’s verhaal constateerde ik dat ik al een tijdje aan het overschakelen ben naar langzamer denken. Ik heb al een tijd geleden besloten Facebook links te laten liggen. Sinds die tijd ben ik intenser gaan bloggen, een vorm die meer aandacht vergt dan een update plaatsen op een sociaal platform.

Ik heb wel nog altijd honger naar nieuwe kennis. Mijn netwerk was er goed in die te voeden met interessante links naar artikelen in bronnen die ik zelf niet zou vinden. Vanaf het moment dat ik me niet meer dagelijks in een online sociaal netwerk onderdompelde miste ik dat. Het duurde even voordat ik een andere vorm had gevonden, maar sinds een maand of twee vind ik de inspiratie in non-fictie boeken. Non-fictie lezen was een activiteit die ik al jaren niet meer ondernam, omdat het me teveel tijd kostte, ik de concentratie niet kon opbrengen en tot meer informatie overload zou leiden in mijn hoofd.

Wat blijkt? De boeken die ik in de afgelopen maanden heb gelezen vond ik veel informerender dan al die losse artikelen die ik vroeger las (en alleen maar omdat ze toevallig voorbij kwamen). In een boek neemt de auteur de tijd om je mee te nemen in een gedachtengang, neemt zijpaden, construeert een theorie. Het vergt inderdaad concentratie en lange adem om een boek te lezen.

Twee vriendinnen vroegen me onlangs hoe het me lukt weer boeken te lezen. Een logische vraag aangezien we alle drie jonge ouders zijn. Ik kan dat nu, omdat:

  1. Dochter me ’s nachts niet meer wakker houdt;
  2. Ik niet meer overladen wordt met input vanuit een groot online netwerk;
  3. De televisie aanzetten een uitzondering en bewuste keuze is;
  4. Ik geen whatsapp gebruiker ben.

Kortom, ik ontvang veel minder berichten gedurende de dag die verwerkingstijd vragen en ik slaap weer voldoende. Ik denk dat dit voor iedereen voorwaarden zijn om langzamer te kunnen denken.

Belangrijk nog om te melden is de tip die ik van Frank kreeg: ook met vijftien minuten per dag kom je verder in een boek. Die tip heeft me in beweging gekregen om aan een eerste boek te beginnen. En wat gebeurd er vervolgens? Ongemerkt lees ik nu zo weer een uur of langer achter elkaar.

Mijn brein wordt weer gevoed. Langzaamaan. Ik kan zeggen dat het best goed voelt. Ik ga het boek van Sitskoorn nog lezen. Wellicht heeft ze nog meer goede ideeën.

Door |2019-11-08T14:16:18+02:008 november 2019|flow, vrouw|2 Reacties

IndieWeb: it’s about first ownership

Last Saturday I briefly visited Indie Webcamp in Amsterdam. I was able to join a discussion on how to POSSE your photos to Flickr. I had no idea what that meant, as I’m not immersed in IndieWeb lingo, but it was clear to me that I could learn something, as a long term Flickr member.

The main question we started with was if it would be technically possible to publish your photos on your own domain and then automatically send them to Flickr. The discussion ended with the conclusion that it would be very difficult to emulate the beautiful interface Flickr comes with for presenting your photos, in albums and including all metadata. And no-one present knew how to POSSE your photos to Flickr.

One thing kept me thinking over the weekend though. When asked, nobody present at the table was having any objection to uploading photos to Flickr. There was an ironic laugh at that, because this was a group that was actively promoting individual ownership of ones online data.

But when I think of it, it’s not such a weird conclusion after all. The idea behind IndieWeb:

your content stays yours and in your control.

https://indieweb.org

Uploading your photos to Flickr, to share them with friends and family (and the general public) is mainly for its convenience: it is a better presentation of your photos and saves anyone from the burden of downloading many gigabytes of (unwanted) data. However, the photos you upload are a copy. While uploading them to a different server owned by Flickr, you still own them. You have them stored somewhere on a location you own and have exclusive access to.

When it comes to posting to Facebook or Twitter, you play a different game. You write and post it on their servers, therefore those companies own your data, not you. A photo (or video for that matter) is a special kind of data. Its file size creates limitations to its distribution, but no matter where it’s uploaded, it is always owned by its creator first. Status updates on any platform are owned by the company first and can only be copied to the creator. That is why I think it’s important to use IndieWeb: if you publish updates on your own site and then POSSE them to the big silos (where your friends still hang out), you own your updates first, just like you own your photos.

Door |2019-09-30T12:24:31+02:0030 september 2019|flow|6 Reacties
Go to Top